Over leven met dysthymie

Wat helpt bij dysthymie?

 

Omdat er verschillende (mogelijke) oorzaken zijn voor dysthymie zijn er ook verschillende (mogelijke) manieren om te (over)leven met dysthymie.

 

Als eerste noem ik hier medicatie. Uitgaande van (mogelijk) genetische/biologische oorzaken kan medicatie een manier zijn om dysthymiteit dragelijk te maken. Vaak wordt in dat geval anti-depressiva voorgeschreven in een lage (onderhouds) dosering.

Persoonlijk heb ik een lange zoektocht doorlopen tot ik medicatie kreeg die de aansloeg. In eerste instantie tegen een depressie, maar na afbouw bleef ik een onderhoudsdosering houden. In mijn geval paroxetine, 20 mg. Dankzij deze onderhoudsmedicatie 'zakte ik niet door het ijs' en werden de dalen iets afgevlakt. Voor mijn gevoel kon ik pas werkelijk mij zelf zijn en ook maatschappelijk datgene doen wat ik wilde toen ik deze onderhoudsdosering kreeg.

Ik ben in de loop der tijd deze medicatie voor mijn dysthymie gaan vergelijken met insuline voor suikerziekte. Ik heb blijkbaar biochemisch een tekort aan een bepaalde stof, die ik moet aanvullen om 'normaal' te functioneren.

Daarnaast bleek in mijn geval ook een te lage schildklierproductie van invloed te zijn op mijn dysthymiteit. Ook daarvoor gebruik ik medicatie.

Uitgaande van biologische oorzaken kan ook gekeken worden naar de invloed van slaap(ritme), de invloed van zintuiglijke prikkels (muziek, natuurgeluiden, kadans van bijvoorbeeld trein) en de invloed van voedsel (bijvoorbeeld van suikers).

In mijn geval heb ik daarom een orthomoleculair arts bezocht die me adviseerde te beperken in suikers, voldoende tijd in mijn eetpatroon te reserveren om te ontgiften en te letten op een verantwoord voedingspatroon. In mijn ervaring vraagt omgang met dysthieme klachten ook aandacht voor je eigen (fysieke) energiehuishouding.

Andere manieren om dysthymiteit te hanteren die aansluiten bij meer biologische factoren zijn lichaamsbeweging in de vorm van bijvoorbeeld wandelen, (emotioneel) lichaamswerk, en yoga.

Voor mij zelf had en heeft aandacht voor mijn lichaam een positief effect op mijn dysthyme klachten. Ik heb de neiging om 'in mijn hoofd' te blijven en letterlijk stil te vallen. Het voelen van mijn voeten tijdens het wandelen en het voelen van mijn hele lichaam (ook van binnen)tijdens yoga haalt me uit mijn hoofd en inertie. Douchen kan ook zo'n lichamelijke sensatie voor me zijn.

Daarmee komen we al op meer psychologische manieren om om te gaan met dysthymiteit, zoals acceptatie van bijvoorbeeld je dagritme (vaak verbetert de energie en het gemoed zich in de loop van de dag) of juist het prikkelen daarvan (bijvoorbeeld door activatie in de ochtend).

Mindfullness, meditatie, het lezen, zien of (be)luisteren van inspirerende bronnen als boeken en films kunnen soms ook helpen.

Voor mij werken deze bronnen op twee manieren bij het voorkomen of verzachten van dysthyme gevoelens. Ten eerste zijn ze een bron van (zelfrelativerende) humor. Een van de beste remedies tegen dysthyme gevoelens. Ten tweede zijn ze voor mij een bron van zingeving, waarbij soms doelen en waarden in/van het leven naar voren komen die inspiratie geven.

Een andere psychologische manier voor mij om om te gaan met dysthyme gevoelens is het nagaan (al dan niet onder begeleiding van een therapeut) van de 'stront/drek' die mogelijk mede oorzaak is van mijn dysthymiteit.  En na te gaan op welke manier(en) die 'drek' uit het verleden mogelijk geprojecteerd wordt op het heden en/of anderen. In het beste geval lukt het (af en toe) me die 'drek'  te transformeren en daarmee (beperkte) regie over mijn omgang daarmee te genereren (actorschap). Concreet betekent het bijvoorbeeld voor mij vervelende ervaringen tijdens mijn schooltijd om te zetten naar positieve aandacht voor het welzijn van (school)kinderen en studenten die ik lesgeef.  Maar ook  het(h)erkennen van eigen drek is belangrijk: mijn eigen trots en arrogantie, die gekrenkt werd/wordt waardoor ik zo slecht met arrogantie om kan gaan. Mijn eigen geldings- en bewijsdrang. Mijn eigen verlegenheid en bangigheid. Mijn eigen gevoeligheid en lafheid. Mijn eigen drift en lust, die ik eigenlijk afkeur. Door die te (h)erkennen verminderen hopelijk ook mijn boze en dysthyme gevoelens als reactie op gedrag van anderen waar ik geldings- en bewijsdrang meen te bespeuren.

Daarmee komen we ook al op meer sociologische manieren om met dysthymiteit om te gaan. Bijvoorbeeld door te het investeren in een sociaal netwerk dat zorgt voor erkenning, zelfrespect en een zekere mate van afleiding en beweging. Werk en andere (sociale) verplichtingen kunnen zorgen voor externe prikkels die dysthyme gevoelens kunnen doorbreken of voorkomen. Het vinden van een goede balans tussen voldoende prikkels en voldoende rust blijft in mijn ervaring een zoektocht (zie ook de vorige pagina).

Bovenstaande zorgt in het meest gunstige geval voor het ervaren van een zekere mate van zin en cohesie (zingeving).

Aan (het ervaren van) zingeving kan ook expliciet aan gewerkt worden door actief te zoeken naar  samenhangende betekenissen in je eigen leven waarbij doelgerichtheid, waardevolheid, verbondenheid, transcendentie, competentie en erkenning ervaren worden.

Voor mij persoonlijk ervaar ik grote (innerlijke) noodzaak om (in mijn ogen legitieme) doelen te stellen, zoals het voorkomen van (meer) leed naar andere levende wezens, erkenning in mijn werk en relaties en het gevoel enige eigen invloed/controle op voorgaande te kunnen hebben door mijn gedrag/manier van leven. Ik merk dat gevoelens van dysthymiteit bij mij toenemen als ik het nut, waarde en mate van eigen regie in bovenstaande niet ervaar.